Herman Van Rompuy overhandigt cheque aan Basisschool De Brug in Sint-Job voor inclusief verkeersproject
GO! basisschool De Brug werd als enige in Vlaanderen bekroond voor een project dat inzet op verkeersveiligheid, met onder meer een uitleensysteem voor fietsen en verkeersveiligheidsmateriaal voor kinderen die daar thuis geen toegang toe hebben. De cheque werd vanochtend officieel overhandigd door voormalig premier Herman Van Rompuy, die zich nadien zelf tussen de leerlingen begaf op het fietsparcours op de speelplaats. “Wat hier gebeurt, is indrukwekkend”, klonk het.
De prijs is een initiatief van het Fonds Dominique De Graeve van de Koning Boudewijnstichting. Dat fonds ondersteunt jaarlijks projecten die de verkeersveiligheid van kinderen tot 12 jaar verbeteren, met focus op de schoolomgeving.
De ontvangst begon met een presentatie door vier leerlingen uit het zesde leerjaar – Laura, Yana, Sandra en Ilias – die als leden van de leerlingenraad de verkeerswerking van hun school toelichtten.
Die actieve rol van kinderen was volgens de jury een doorslaggevende factor. “Het is bijzonder hoe leerlingen hier zelf betrokken worden”, zegt Ilse De Keyser, coördinator van het fonds binnen de Koning Boudewijnstichting. “Dat engagement gaf mee de doorslag om dit project te bekronen.”
Buiten werd duidelijk hoe ver die werking gaat. De leerkrachtenparking was omgevormd tot een volledig fietsparcours, met werkende verkeerslichten en signalisatie. Dat materiaal is eigendom van de school en wordt meerdere keren per jaar ingezet, onder meer tijdens verkeersweken in oktober en mei. Kinderen oefenen er realistische situaties: stoppen, voorrang geven, kruispunten inschatten. Van Rompuy mengde zich tussen hen als voetganger. “In mijn tijd bestonden fietshelmen niet eens”, zei hij. “Vandaag zie je hoe belangrijk die educatie is.”
Van kleuter tot tiener
De verkeerslessen starten al in de kleuterklas. Via speelse initiatieven zoals een “octopusles”, waarbij leerkrachten verkleed verkeersregels aanleren, maken kinderen op jonge leeftijd kennis met verkeer. In de lagere school verschuift de nadruk naar praktijk, zowel op de speelplaats als op straat. Volgens Bart Nobels van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde, die deel uitmaakte van de jury, is die aanpak uitzonderlijk. “Alle extra’s maken echt het verschil hier. Het parcours met verkeerslichten, de leerlingen die zo betrokken worden, het uitleensysteem, plannen voor een verkeershuisje: deze zaken tonen echt hoe toegewijd de school is.”
Steeds meer leerlingen komen met de fiets naar school. In de winter gaat het om zo’n 150 kinderen, bij goed weer bijna de helft van de ongeveer 600 leerlingen. De fietsenstallingen zijn daardoor te klein geworden. Ook de schoolomgeving werd de voorbije jaren veiliger ingericht, zegt schepen van Onderwijs en Mobiliteit, Ilse Van Den Heuvel. “We hebben onder meer fietszones en aangepaste signalisatie ingevoerd, zodat kinderen zich veiliger kunnen verplaatsen.” Dit merken de leerlingen zelf ook. “Vroeger reden de auto’s veel sneller in de schoolomgeving”, klinkt het bij Ilias, Yana, Sandra en Lore.
Uitleensysteem voor fietsen en helmen
Met de cheque van 5.000 euro wil de school haar bestaande uitleensysteem grondig uitbreiden. Vandaag kunnen leerlingen al helmen en ander veiligheidsmateriaal lenen, maar in de toekomst wil De Brug ook fietsen ter beschikking stellen — niet alleen voor gebruik op school, maar ook in de vrije tijd. “We merken dat steeds meer kinderen met de fiets naar school komen, maar uit een anonieme bevraging bleek dat niet elk kind thuis over een fiets of degelijk materiaal beschikt”, zegt directrice Karen Vandereyken.
“Als ze thuis niet kunnen oefenen, missen ze belangrijke ervaring. Met dit systeem willen we dat doorbreken.” De school wil daarbij inzetten op kwalitatief en veilig materiaal, in samenwerking met onder meer de kringwinkel en een lokale fietspartner. Fietsen zullen bovendien circuleren: wanneer leerlingen naar het middelbaar vertrekken, kunnen ze worden doorgegeven aan jongere kinderen. “Het is belangrijk dat alles technisch in orde is”, aldus Vandereyken. “Als een fiets van de school komt, moet die ook écht veilig zijn.”
Dat veiligheid geen evidentie is, merken ook de leerlingen. Zeker bij oudere kinderen leeft soms het idee dat een helm “niet cool” is. Toch proberen ze elkaar daarin te overtuigen. “Het is gewoon veilig”, zeggen Yana en Lore. “We proberen anderen hier ook op aan te spreken, ook buiten de school.”
Binnenkort zetten ze zelf de volgende stap. Omdat Sint-Job geen middelbare school heeft, zullen de meeste leerlingen vanaf september met de fiets naar scholen in de buurt trekken. Waar ze precies terechtkomen, weten Yana en Lore nog niet, al lijkt Brasschaat waarschijnlijk: goed voor zo’n 20 kilometer heen en terug per dag. Eén ding staat vast: ze voelen zich er klaar voor. “We hebben hier echt geleerd hoe we veilig moeten fietsen”, zeggen ze.